De 10 Officiële FIS Pisteregels
De 10 piste regels zijn de belangrijkste gedragsregels voor veilig skiën en snowboarden. Officieel heten ze de FIS pisteregels (Rules of Conduct).
Volg je deze regels, dan voorkom je veel botsingen, misverstanden en gevaarlijke situaties op de piste. Hieronder vind je alle 10 pisteregels met korte, duidelijke uitleg en voorbeelden.
Wat zijn de 10 piste regels?
Met “10 piste regels” bedoelen de meeste wintersporters de officiële FIS pisteregels. Ze gelden voor iedereen op de piste: skiërs, snowboarders en andere sneeuwsporters.
De kern is simpel: rij in controle, geef ruimte, kijk goed om je heen en neem verantwoordelijkheid — vooral als je van boven komt.
Regel 1: Respect voor anderen
Gedraag je zo dat je anderen niet in gevaar brengt of hindert. Dit is de basis van alle piste regels.
- Houd rekening met kinderen en beginners.
- Voorkom onverwachte bewegingen in drukke stukken.
Regel 2: Pas je snelheid en manier van rijden aan
Ski of snowboard altijd in controle. Pas je snelheid aan op zicht, drukte, sneeuwcondities en je niveau.
- Mist of drukte? Rustiger en met meer afstand.
- IJzige stukken? Neem extra marge en vermijd abrupte acties.
Regel 3: Kies een veilige lijn (de persoon vóór je heeft voorrang)
Wie van boven komt, moet de situatie overzien en zijn/haar lijn zo kiezen dat anderen niet in gevaar komen. De persoon vóór je mag zijn/haar lijn rijden.
- Houd afstand: vooral bij beginners en kinderen.
- Anticipeer op onverwachte bochten of tempo-wisselingen.
Regel 4: Inhalen mag links of rechts, maar altijd met ruimte
Je mag links of rechts inhalen, maar alleen als je voldoende ruimte laat voor alle bewegingen van de ander.
- Geef extra ruimte bij snowboarders (blinde hoek) en kinderen.
- Niet krap inhalen vlak voor een bocht, knik of kruising.
Regel 5: Kijk omhoog bij starten, invoegen of oversteken
Start je na stilstand of voeg je in vanaf de zijkant? Kijk omhoog en doe het alleen als het veilig is.
- Check links/rechts en start gecontroleerd.
- Steek de piste alleen over als je voldoende ruimte ziet.
Regel 6: Stop niet op smalle of onoverzichtelijke plekken
Stop niet op smalle stukken, in bochten of achter bulten. Als je stopt: ga naar de zijkant en blijf zichtbaar.
- Foto maken? Zoek een brede plek met goed zicht.
- Wachten op iemand? Ga uit de hoofdlijn.
Regel 7: Te voet omhoog of omlaag? Houd de rand aan
Moet je lopen (bijvoorbeeld na een val of om de lift te bereiken)? Ga langs de rand en hindert anderen zo min mogelijk.
- Omhoog lopen alleen als het echt nodig is.
- Oversteken: kijken en vlot doorlopen.
Regel 8: Volg borden, signalen en markeringen
Respecteer pisteborden, markeringen en afzettingen. Ze waarschuwen voor gevaren en regelen de veiligheid op de piste.
- Gesloten piste = niet inrijden.
- Let op waarschuwingen bij kruisingen, steile stukken en ijzige zones.
Regel 9: Help bij een ongeval
Zie je een ongeval? Dan hoort hulp bieden erbij. Beveilig de plek en schakel hulpdiensten/pistepatrouille in.
- Waarschuw anderen van bovenaf zodat ze kunnen afremmen.
- Geef een duidelijke locatie door (liftnaam, pistenummer of herkenningspunt).
- Verplaats iemand niet onnodig, tenzij er direct gevaar is.
Regel 10: Identificeer jezelf bij een ongeval
Ben je betrokken bij een ongeval (ook bij lichte schade)? Wissel gegevens uit. Dit helpt bij afhandeling en verzekering.
- Naam en contactgegevens (en indien nodig verzekeringsinfo).
- Bij serieuze situaties: noteer tijd/plaats en vraag getuigen.
Checklist: veilig de piste op
- ✓Ik ski/snowboard in controle en kan op tijd stoppen (regel 2).
- ✓Ik houd afstand en respecteer de lijn van anderen (regel 3).
- ✓Ik haal alleen in met genoeg ruimte (regel 4).
- ✓Ik kijk omhoog voordat ik start of invoeg (regel 5).
- ✓Ik stop alleen op zichtbare, veilige plekken (regel 6).
- ✓Bij een ongeval help ik en wissel ik gegevens uit (regel 9 & 10).
Veelgestelde vragen over de 10 piste regels
Gelden de 10 piste regels voor snowboarders én skiërs?
Ja. De 10 piste regels zijn de officiële FIS pisteregels en gelden voor iedereen op de piste: skiërs, snowboarders en andere sneeuwsporters.
Wie heeft voorrang volgens de pisteregels?
In de praktijk heeft de persoon vóór je (lager op de piste) voorrang. Wie van boven komt, moet de situatie overzien, afstand houden en veilig passeren.
Mag ik links én rechts inhalen op de piste?
Ja, dat mag. Volgens regel 4 moet je wel altijd voldoende ruimte laten zodat de ingehaalde persoon vrij kan bewegen. Houd extra marge bij snowboarders (blinde hoek) en kinderen.
Mag ik stoppen midden op de piste?
Liever niet. Volgens regel 6 stop je niet op smalle of onoverzichtelijke plekken (bochten, achter bulten). Moet je stoppen? Ga naar de zijkant en zorg dat je zichtbaar bent.
Wat moet ik doen als ik stil heb gestaan en weer wil starten?
Kijk volgens regel 5 altijd omhoog voordat je weer vertrekt. Wacht op een moment met ruimte, start rustig en rijd voorspelbaar weg.
Wat moet ik doen bij een ongeval op de piste?
Volg regel 9: beveilig de plek (waarschuw anderen), schakel pistepatrouille/hulpdiensten in en help waar veilig mogelijk. Geef een duidelijke locatie door (pistenummer, liftnaam of herkenningspunt).
Ben ik verplicht om mijn gegevens te delen na een ongeval?
Als je betrokken bent bij een ongeval, hoort identificatie erbij (regel 10). Wissel naam en contactgegevens uit. Bij serieuze situaties: noteer tijd/plaats en vraag getuigen.
Wie is verantwoordelijk bij een botsing op de piste?
Dat hangt af van de situatie, maar vaak wordt gekeken naar regel 3: wie van boven komt moet de situatie overzien en een veilige lijn kiezen. Ook snelheid (regel 2), inhalen (regel 4) en invoegen (regel 5) spelen mee.